‘Ik trek drie kwartier uit per klant. Dat kan niet in de verpleging’

Als hoofdverpleegkundige in een ­woon­zorgcentrum kreeg Stijn De Sutter te weinig tijd voor zijn patiënten. In zijn barbierszaak neemt hij die wel voor de klanten. ‘Alles moet goed­koper en met minder mensen. Demotiverend.’

‘Verpleegkundige en barbier zijn beroepen die meer met elkaar gemeen hebben dan je zou denken: het sociaal contact met mensen van alle soorten en standen, het ­lichamelijke, het belang van hygiëne, mensen verzorgen … Met dat verschil dat ik nu als barbier mijn tijd kan nemen voor al die dingen, terwijl ik daar als verpleegkundige steeds meer in beperkt werd.’

‘Dat ik een beroep wilde waarin ik mensen kon helpen, stond buiten kijf. Ik dacht aan brandweerman, maar daar was toen een wachtlijst voor. Uiteindelijk werd het verpleegkunde, een HBO5-opleiding zoals dat toen nog heette. Eerst werkte ik bij een bedrijf dat interims regelde, zo stond ik elke drie maanden op een andere werkplek. Daarna werd ik hoofdverpleegkundige in een woonzorgcentrum en haalde na mijn uren nog mijn bachelordiploma verpleegkunde om aan alle voorwaarden te voldoen.’

‘Voor mijn huwelijk wilde ik graag een bijzonder kapsel. In Nederland kwam ik voor het eerst in een barbierszaak: een aangename, mannelijke sfeer, fijne apparaatjes en open messen, een whisky erbij. Ik was geïntrigeerd. Op huwelijksreis in New York heb ik een hele dag in een barbierszaak gezeten, tot ongenoegen van mijn vrouw (lacht).’

‘Om in bijberoep te mogen starten, moest ik een cursus dameskapper volgen. Dus leerde ik braaf permanentjes doen, vreselijk. Daarna kon ik beginnen met mijn zaak, ­Romain Barbershop. Eerst knipte ik vooral vrienden, met een pintje erbij. De mond-tot-mondreclame deed zijn werk, en ik schoor ook de bejaarden in het woonzorgcentrum. Ik werkte graag met demente mensen. Voor hen riep geschoren worden met open mes herinneringen op aan vroeger.’

Een keer flauwgevallen

‘Daarna brak een intense periode aan. Ik werkte in shifts, studeerde bij voor mijn ­bachelordiploma, startte mijn zaak op in bijberoep en kreeg een dochter. Ik ben een keer flauwgevallen, zo zwaar werd het allemaal. Mijn vrouw deed me kiezen: knippen of verplegen. Het werd knippen.’

‘Waarom? Ik trek vandaag drie kwartier uit per klant. In de verpleegkunde kregen we tijdsrestricties opgelegd: maximaal een kwartier voor bad en bed, bijvoorbeeld. Het is onmenselijk geworden. Zeker met demente mensen heb je meer tijd nodig om hen wat los te krijgen. Maar die was er niet.’

‘De werkomgeving was ook niet altijd even dynamisch. Zo was ik als hoofd­verpleegkundige enorm geïnteresseerd in lean management. Maar wil je daarmee aan de slag, dan bots je op weerstand, moet je door eindeloze vergaderingen … Ik begrijp dat alles goedkoper en met minder mensen moet. Maar het is demotiverend. Wat een verschil met vandaag: wil ik twee nieuwe krachten opleiden om de zaak zeven op zeven en twaalf uur per dag open te houden? Dan doe ik dat gewoon. Een bijscholing? Ik beslis. Ik mis de verpleegkunde, maar niet alle bullshit errond.’

‘Voor ik in hoofdberoep startte, ben ik naar een boekhouder gegaan. Ik heb hem gezegd hoeveel loon ik mezelf wilde uit­keren en hem gevraagd uit te rekenen hoeveel klanten ik daarvoor moest hebben. Ik heb een kind en een lening, ik wilde niet dat mijn vrouw meer moest binnenbrengen omdat ik zo nodig dit risico wilde nemen. De instapkosten van een barbier zijn gelukkig niet gigantisch en veel van de verbouwing heb ik zelf gedaan met zo veel mogelijk gerecupereerd materiaal. Nog een jaar en ik heb alle kosten terugverdiend, schat ik.’

‘Als ik kijk hoeveel ik verdien per gewerkt uur, ben ik er ongetwijfeld op achteruit­gegaan. Maar liever 12 uur per dag met plezier werken, dan 7 uur 36 minuten werken en uitkijken naar het moment dat je kunt ­badgen.’

Goele De Cort.

Written by : Stijn De Sutter

Leave A Comment